Low Molecular Weight
Heparines (LMWH) wat zijn dat?
Laag moleculair gewicht heparine preparaten
zijn veelgebruikte antistollingsmiddelen bij
de behandeling van diep veneuze trombose (DVT)
en longembolie; bij instabiele angina pectoris
(pijn op de borst) en met name ter voorkoming
van trombose tijdens de immobilisatie periode
na een (orthopedische) operatie en bij gips
immobilisatie. Ook kan het gebruikt worden
ter overbrugging bij een poliklinische ingreep,
wanneer de coumarines gestopt moeten worden.
Een vaak gebruikt middel is Fraxiparine, daarnaast
is Fraxodi in opmars.
Het geneesmiddel dient vlak onder de huid
gespoten te worden en heeft een werkingsduur
van 12-24u wat betekent dat 1 of 2 injecties
per dag voldoende zijn. In het verleden vond
de toediening in het ziekenhuis plaats, maar
de nieuwste ontwikkelingen zijn dat toediening
ook buiten het ziekenhuis plaats kan vinden
m.b.v. de thuiszorg of de cliënt dient
de injectie zelf toe. De behandeling van DVT
gebeurt ook steeds meer thuis.
LMWH's
in de thuissituatie
Er zijn verschillende studies gedaan naar
de effectiviteit van LMWH's in de thuissituatie.
Deze studies geven de conclusie dat LMWH's
effectief en veilig thuis gegeven kunnen worden
en kostenbesparend zijn ten opzichte van de
ziekenhuisbehandeling van heparine (een stollingsremmer
die per infuus wordt toegediend).
De injectie van alle LMWH's is vlak onder
de huid en kan in de meeste gevallen door
de cliënt zelf verricht worden. Een goed
voorlichting is daarbij wel van groot belang
gebleken. Bij de behandeling van een trombosebeen
wordt vaak gebruik gemaakt van deze medicatie
en de cliënt wordt na consult bij huisarts
of specialist naar huis gestuurd en opname
is vaak niet meer nodig.
Streefwaarden
De streefwaarden voor antistolling zijn
per patiënt verschillend. De streefwaarde
voor een INR is afhankelijk van de reden
waarom anti-stolling nodig is en van eventuele
andere factoren welke worden bepaald door
de behandelend arts. De FNT (Federatie
van Nederlandse Trombosediensten) onderscheidt
afhankelijk van de reden van het antistollingsgebruik
twee streefwaardes:
2.5-3.5 INR en 3.0-4.0 INR.
Factoren die de anti-stolling kunnen beïnvloeden
zijn:
|
Wel:
Voeding
Antibiotica
Reizen
Diarree en/of braken
Andere medicijnen
stress?
|
Niet:
Normaal gebruik van alcohol (maximaal
2 consumpties per dag)
Sporten (normale intensiteit)
|
Waarom gebruikt de één
meer of minder tabletten dan de ander?
Er is een groot verschil tussen de éne
cliënt en de ander. De één
heeft een grotere behoefte aan anti-stolling
dan de ander. Zelfs bij dezelfde persoon
kunnen er verschillen in dosering zijn
tijdens de behandeling.
Controle van de antistolling
We controleren een antistolingsbehandeling
door bloed uit een ader (veneus) of
bloed uit een vingertop (capillair)
te vermengen met een stof die de stolling
activeert. Het resultaat van de stollingstest
wordt uitgedrukt in INR of wel International
Normalized Ratio. Dit is een internationaal
erkende en gebruikte waardebepaling
om de mate van het stollingseffect van
antistollingstabletten te meten.
Op geleide van de INR wordt de dagelijkse
dosis antistollingstabletten geadviseerd.
Bij aanvang van de behandeling wordt
de INR vaak gemeten, omdat er nog een
evenwicht gevonden dient te worden.
Als de INR stabiel is, wordt er een
doseringsschema voor langere tijd gegeven.
De uitslag van de stollingstest (INR)
en de dosering van de antistolling (het
aantal tabletten dat ingenomen dient
te worden de komende tijd) en de nieuwe
afspraakdatum noteert de trombosedienst
op de doseerkalender. Deze doseerkalender
wordt de volgende dag door de TNT bij
de cliënt thuis bezorgd.
De INR is niet geschikt om de stollingstijd
te meten bij het gebruik van heparine,
fraxiparine, fraxodi, clexane of van
aspirine etc.
Waarden in INR:
normaal/niet ontstold : INR 1.0
hoe meer ontstold hoe hoger de INR :
bijvoorbeeld een INR 2.0 of 3.0
te sterk ontstold : INR 7.0 (voorbeeld)
|