|
|
| |
Diep veneuze trombose
Bij een bloedstolsel in een ader spreekt men
van een veneuze trombose. Veneuze trombose
kan zich uiten in de vorm van een diep veneuze
trombose (trombosebeen) of longembolie (stolsel
in de longvaten).
Een trombosebeen is een verschijnsel dat vaak
voor komt en is eigenlijk ontstaan doordat
we rechtop zijn gaan lopen. Door het rechtop
lopen is de bloeddruk in de benen erg laag.
Om het bloed terug naar het hart te krijgen,
zitten in de aderen kleppen die het terugstromen
naar de voet tegen gaan. Bij veel bewegen
gaat dit makkelijker dan bij minder bewegen.
De verschijnselen van een trombose zijn niet
altijd duidelijk. U kunt weinig of veel klachten
hebben. Als een bloedstolsel een ader in het
been afsluit, kan het bloed niet meer weg.
De kuit of het hele been kan gaan zwellen.
Het been voelt vaak warm aan en kan rood-paars
van kleur zijn. De huid kan strak zijn en
glanzen. Het been voelt pijnlijk aan en lopen
kost moeite.
Na vaststelling van een trombosebeen schrijft
de behandelend arts de patiënt antistollingsmiddelen
voor en wordt er gestart met LMWH (meestal
Fraxiparine). Tevens wordt de patiënt
aangemeld bij de trombosedienst. Wanneer er
geen oorzaak voor de trombose gevonden wordt
en er ook geen erfelijke aanleg is, duurt
de behandeling tenminste zes maanden. Bij
een trombosebeen wordt er naast de medicatie
ook een steunkous voorgeschreven. De kous
heeft naast een therapeutische werking ook
een preventieve werking. Ze voorkomt zwelling
van het been.
Longembolie
Wanneer een bloedstolsel een bloedvat in de
longen afsluit, krijgt een deel van de long
geen bloed en daarmee ook geen zuurstof. Dit
kan gepaard gaan met lichte kortademigheid
en pijn bij het ademhalen. Ook hoesten met
soms het opgeven van een beetje bloed kan
een verschijnsel van longembolie zijn. Deze
symptomen zijn weinig specifiek en kunnen
ook het gevolg zijn van andere aandoeningen.
Als gevolg van een groter stolsel en daardoor
het afsluiten van een groter bloedvat in de
long kan in het ergste geval een deel van
de long afsterven.
Bij een sterk vermoeden op een longembolie
zal de specialist niet wachten op de onderzoeksresultaten,
maar direct met de behandeling starten en
dus ook direct de medicatie beginnen. Diep
veneuze trombose en longembolie zijn verschillende
uitingen van veneuze trombose en worden op
dezelfde manier behandeld. De behandeling
is er op gericht om uitbreiding van het bloedstolsel
en het ontstaan van (nieuwe) longembolieën
te voorkomen. Het opruimen van trombose doet
het lichaam voor het grootste gedeelte zelf,
gelukkig, maar dat duurt enige tijd. In het
algemeen zal een longembolie dan ook geen
klachten meer geven. In zeldzame gevallen
blijft kortademigheid, vooral na inspanning,
bestaan. Bij een uitgebreide longembolie of
na meerdere longembolieën kan de longcapaciteit
aangetast worden. Het gevolg kan zijn dat
het hart overbelast wordt en dat er een hoge
bloeddruk in de longaders ontstaat.
Hartinfarct
Het hart is een spier die als een pomp werkt.
Door samen te knijpen (een hartslag) wordt
het bloed via de slagaders naar de rest van
het lichaam gestuwd. Om al dit werk te kunnen
doen heeft het hart zelf ook bloed nodig.
De toevoer gaat via een stelsel van slagaders,
die het hart als een krans omgeven en daarom
kransslagaders worden genoemd. Indien er een
stolsol in de aanvoerende bloedvaten van de
hartspier zit spreekt men van een hartinfarct.
Aan een hartinfarct kunnen één
of meerdere aanvallen van angina pectoris
(pijn op de borst) vooraf gaan.
De schade van een hartinfarct kan soms worden
beperkt. Er wordt geprobeerd om een bloedvat
dat dicht zit zo snel mogelijk weer open te
krijgen. Dit kan via een dotterbehandeling
maar ook door medicijnen (o.a. stolselafbrekende
medicijnen, antistollingsmiddelen). Indien
antistolllingstabletten (Sintrom mitis, Marcoumar)
worden voorgeschreven zal na ziekenhuisopname
het bloed regelmatig door de trombosedienst
gecontroleerd dienen te worden.
Boezemfibrilleren
Het hart heeft 2 harthelften. De rechter harthelft
pompt zuurstofarm bloed naar de longen. In
de longen wordt dit bloed van zuurstof voorzien.
Daarna gaat het via de longader naar de linker
harthelft. De linker harthelft pompt vervolgens
het zuurstofrijke bloed door het lichaam.
In het hart zit een fascinerend stukje biochemische
electronica. Hoog in de boezem ligt de sinusknoop,
die een electrische prikkel het hart instuurt.
Die prikkel trekt een electrische schokgolf
over de boezem, dat veroorzaakt een georganiseerde
samentrekking van de spieren, waardoor het
bloed vanuit de boezem naar de kamer wordt
gepompt. De electrische schokgolf loopt niet
helemaal dood in de boezem, maar trekt verder
via de bundel van His (een soort zenuw) de
kamer binnen. Ook daar veroorzaakt de prikkel
een spiersamentrekking zodat het bloed de
kamer wordt uitgepompt. Dag in dag uit.
Haperingen
in de electronica leiden tot allerlei hartritmestoornissen;
zoals boezemfibrilleren. Hierbij is de georganiseerde
samentrekking van de spieren totaal verstoord.
De electrische prikkeling glijdt niet langer
mooi over de boezem naar beneden, maar ontaardt
in een totale chaos van verspreide, lokale,
snelle spiersamentrekkingen. De chaos in de
boezem leidt ook tot een onregelmatige hartslag
in de kamer, omdat het van toeval afhangt
wanneer de prikkel de kamer bereikt. Een patiënt
met boezemfibrilleren voelt met name dat chaotische
geschud en gebons van de hartkamer in zijn
borstkas. Er is nauwelijks bloedtransport
van de boezem naar de kamer en vanuit de kamer
wordt het bloed erg onregelmatig het lichaam
ingepompt. Doordat het bloed vrijwel stilstaat,
treedt er gemakkelijk bloedstolling op.
Schiet zo'n stolsel los, dan kan het overal
in het lichaam tot verstopte bloedvaten leiden
met ernstige gevolgen. Boezemfibrilleren is
de meest voorkomende ritmestoornis en de kans
erop neemt sterk toe op oudere leeftijd. Oudere
mensen krijgen eerder te maken met een uitgerekte
boezem vanwege een pompfunctiestoornis of
lekkende hartkleppen. Verder hebben ze ook
vaak enige bindweefselvorming in de boezems.
Met het voorschrijven van antistollingstabletten
kunnen we het risico op stolselvorming verkleinen.
De cardioloog kan het hart weer in een normaal
ritme laten kloppen met medicijnen en/of cardioversie
(een stroomstoot door het hart), na enige
tijd is antistolling dan vaak niet meer nodig.
Indien een cardioversie niet slaagt is levenslange
antistolling nodig. De beëindiging van
antistolling dient echter altijd in overleg
plaats te vinden, dus nooit op eigen initiatief.
Hartkleppen
Het hart bestaat uit boezems en kamers. Kleppen
tussen de boezems en de kamers en tussen de
kamers en de slagaders voorkomen dat het bloed
de verkeerde kant op stroomt. Elke klep heeft
een specifieke naam (mitralisklep, aortaklep,
pulmonalisklep en tricuspidalisklep). Tijdens
het pompen van het hart gaan de kleppen voortdurend
open en dicht. Aan de kleppen kunnen afwijkingen
ontstaan bv. vastgroeien, vernauwingen, slap
en uitgerekt. Indien er een afwijking wordt
geconstateerd aan een klep kan een behandeling
volgen.
De behandeling is afhankelijk van de ernst
van de afwijking. Soms kan een hartklep worden
gerepareerd. Vaak is het echter nodig de klep
te vervangen door bv. een kunstklep. Mensen
met een hartklepafwijking gebruiken vaak stollingsremmende
medicijnen, zodat er minder gemakkelijk bloedpropjes
kunnen ontstaan. Controle door de trombosedienst
is daarbij nodig. Bij een mechanische kunstklep
(plastic en/of metaal) dienen levenslang antistollingstabletten
gebruikt te worden. Bij een biologische klep
of bij een gerepareerde klep, kan besloten
worden, in overleg met de behandelend arts,
de antistollingsbehandeling na ongeveer drie
maanden te stoppen.
Een beroerte, een CVA
De hersenen zijn een onderdeel van het centrale
zenuwstelsel. Ze bestaan uit de grote en de
kleine hersenen. De grote hersenen zijn in
twee helften verdeeld. De rechterhelft bestuurt
de linkerkant van het lichaam, de linkerhelft
de rechterkant. Bij de meeste mensen ligt
in de linkerhelft het gebied waaruit de taal
wordt geregeld. De kleine hersenen sturen
en coördineren de bewegingen. Men kan
twee vormen van CVA onderscheiden:
een bloedvat in de hersenen wordt afgesloten
door een bloedstolsel of er is een dichtgeslibd
bloedvat aanwezig (bv. door slagaderverkalking).
De hersenen krijgen te weinig of tijdelijk
geen zuurstof, nu ontstaat er een herseninfarct.
Een bloedvat in de hersenen scheurt of
knapt open waardoor het bloed zich in het
hersenweefsel ophoopt. Nu spreekt men van
een hersenbloeding.
Er zijn een aantal factoren die het risico
op CVA verhogen o.a. ouderdom, verhoogde
bloeddruk, in het verleden een TIA (tijdelijk
functieverlies door zuurstofgebrek) gehad,
stress, suikerziekte, hartziekten etc. De
behandeling is vooral gericht op het voorkomen
en eventueel behandelen van complicaties.
Vaak krijgen mensen antistollingsmiddelen
voorgeschreven en komen dan na een ziekenhuisopname
terecht bij de trombosedienst. Een beroerte
kan zowel lichamelijk als geestelijk grote
gevolgen hebben. In eerste instantie voor
de patiënt zelf, maar ook voor de directe
omgeving.
Het post-trombotisch Syndroom en het belang van therapeutisch elastische kousen.
Na een doorgemaakte diep veneuze trombose ontstaat in meer of mindere mate schade aan het diep veneuze systeem. Dit geeft een verhoogd risico van het opnieuw ontstaan van een diep veneuze trombose en van het post-trombotisch syndroom.
De klinische verschijnselen van het post-trombotisch syndroom kunnen variëren. Klachten kunnen zijn o.a. moeheid, zwaar gevoel, pijn in de kuit en/ of bovenbeen.
Las gevolg van oedeemvorming kan er een toename ontstaan van de omvang van de enkel en kuit (vocht in benen) of een krans van aderen ter hoogte van de enkel. Andere symptomen kunnen zijn spataderen, pigmentaties, bruin gekleurde huid en verlies van soepelheid van de huid. Het meest ernstige beeld is een open been (ulcus crusis).
Preventie en behandeling met therapeutisch elastische kousen
Het gebruik van de elastische kousen (compressiekousen) dient om de mogelijkheid van een post-trombotisch syndroom te verminderen. Het voorschrijven op korte termijn na een diep veneuze trombose vermindert de ontwikkeling van het post-trombotisch syndroom.
Het is belangrijk dat de elastische kousen goed worden aangemeten. Zij dienen namelijk een bepaalde druk te geven. De elastische kousen mogen niet slobberen, maar ook niet knellen.
Het is essentieel om goede voorlichting te geven, omdat dit het dragen van kousen zal bevorderen.
Het zelf niet kunnen aan- en/of uittrekken van de kous is voor oudere mensen vaak een probleem. Tegenwoordig zijn er echter goede hulpmiddelen voorhanden, die bovendien vergoed worden door de zorgverzekeraar.
Hoelang dienen dergelijke kousen gedragen worden? Men kan stellen dat de kousen gemiddeld 2 jaar gedragen dienen te worden, maar natuurlijk langer bij de cliënten die reeds symptomen van een post-trombotisch syndroom hebben (zware benen, opgezette bloedvaten, opzetting van het been0. Deze cliënten zullen ze moeten blijven dragen.
De kousen dienen niet te worden gedragen tijdens het slapen, daar dan de druk op de aders veel lager is. Bij lang staan is het wel belangrijk om ze te dragen, daar dan de druk het hoogst is. |
|
|
|
|