|
Voeding
Het gebruik van gezonde voeding wordt aanbevolen.
Er zijn voedingsmiddelen die meer vitamine
K bevatten dan andere. Een gevarieerd voedingspatroon
is daarom belangrijk. De invloed van de
voeding op de stabiliteit van de antistollingsbehandeling
is dan gering.
Rijk aan vitamine K zijn o.a.: spinazie,
bloemkool, spruiten, broccoli, kool, sla,
zuurkool, sojabonen, zonnebloemolie, kippenlever
en lever, bananen, perziken en melk.
Arm aan vitamine K zijn o.a.: komkommer,
aardappelen, tomaten, maïs, appelen,
sinaasappelen en avocado. Een standaard
Nederlands dieet heeft een hoog vitamine
K gehalte in de winter (veel koolachtige
groenten) en een lager gehalte in de zomer
(meer tomaten en fruit). De Oosterse keuken
is redelijk vitamine K arm. Vermageringsdiëten
kunnen ook invloed uitoefenen. Vitamine
K is een vetoplosbaar vitamine d.w.z. de
opname door de darmen is sterk afhankelijk
van de aanwezigheid van vetten. Bij het
vermageren gaat men vaak vetvrij of vetarm
eten. Dit zal dus effect kunnen hebben op
de anti-stolling.
Alcohol
Een gematigd alcoholgebruik (1 tot 2 glazen
per dag) is goed mogelijk bij een antistollingsbehandeling.
Teveel alcohol kan tot beschadiging van
de lever leiden en daardoor de stabiliteit
van de antistolling beïnvloeden, omdat
in de lever de stollingsfactoren worden
aangemaakt. Tevens kan alcohol het slijmvlies
van slokdarm of maag beschadigen met een
verhoogd risico op bloedingen. Een advies
is om de levensstijl aan te passen aan de
ontstane situatie.
Ziektes
Acute ziektetoestanden zoals, hartfalen,
koorts, diarree, braken en leverlijden,
kunnen ook de antistolling beïnvloeden
en schommelingen veroorzaken in de INR.
Het is verstandig bij dit soort ziektes
de INR-waarde extra te controleren en de
dosis tabletten zonodig tijdelijk aan te
passen. Het is belangrijk dit tijdig te
melden bij de trombosedienst.
Lichamelijke
inspanning
Geeft normaal gesproken geen probleem. Maar
wanneer u weinig lichaamsbeweging heeft
en dan ineens zeer zware lichamelijke inspanning
verricht, dan kan dat wel een schommeling
geven in de aanmaak van stollingsfactoren
en voor het instellen van de INR. Lichamelijke
inspanning kan dus wel enige invloed hebben.
Wees voorzichtiger en neem bij een blessure
of (verdenking op) een bloeding snel contact
op met uw huisarts, de trombosedienst of
de Eerste Hulp van een ziekenhuis.
Stress
Het is gebleken dat ook bij stress en spanning
de INR kan stijgen
Vaccinatie
Injecties in een ader (intraveneus) of onderhuids
(subcutaan) kunnen te allen tijde worden
gegeven. Injecties in de spieren (intramusculair)
moeten worden vermeden aangezien dit bloedingen
kan veroorzaken. Bijna elke vaccinatie kan
onderhuids worden toegediend. Aanpassing
van de antistollingsbehandeling is dan niet
nodig. Indien bijzondere vaccinaties noodzakelijk
zijn die uitsluitend in de spier kunnen
worden toegediend, dient de antistollingsbehandeling
tijdelijk te worden aangepast. Neem hierover
altijd tevoren contact op met de arts van
de trombosedienst.
In het algemeen kan gesteld worden dat de
richting van het effect van bepaalde situaties
op de anti-stolling voorspelbaar is, maar
de mate van het effect niet. Dit is een
duidelijke reden om te blijven controleren.
Operatie, onderzoek en tandartsbezoek
Het duurt langer voor het bloed stolt bij
cliënten van de trombosedienst omdat
zij antistollingstabletten gebruiken. Daardoor
kan bij een operatie of onderzoek waarbij
b.v. een stukje weefsel wordt verwijderd
of een punctie wordt verricht een ongewenste
bloeding ontstaan. Indien u voor het trekken
van een tand of kies naar de tandarts moet,
vertel dan altijd dat u onder behandeling
bent van de trombosedienst. Het boren en
vullen van gaatjes geeft geen problemen,
maar het trekken van tanden en kiezen kan
echter wel tot een bloeding leiden. Soms
kan ook het verwijderen van tandsteen bloederig
zijn. Informeer in bovenstaande gevallen
altijd de trombosedienst. Het doseerschema
kan dan tijdig worden aangepast, zodat de
kans op problemen zo gering mogelijk wordt.
Zwangerschapen
borstvoeding
Orale antistollingsmiddelen zoals Marcoumar
(fenprocoumon) en Sintrom mitis (acenocoumarol)
kunnen via de placenta het kind bereiken
en aangeboren afwijkingen veroorzaken: dat
geldt met name tijdens de eerste 3 maanden
van de zwangerschap. Daarna is dit risico
veel kleiner. Heparine en laag moleculair
gewicht heparine (LMWH) passeren placenta
niet en kunnen tijdens de zwangerschap worden
gebruikt.
Bij zwangerschapswens dient u contact op
te nemen met uw huisarts, specialist en
de arts van de trombosedienst. In onderling
overleg kan het beste beleid worden vastgesteld.
Zodra u overtijd bent moet een zwangerschapstest
worden gedaan om de zwangerschap vast te
stellen. Bij zwangerschap wordt de Marcoumar
(fenprocoumon) of Sintommitis (acenocoumarol)
doorgaans gestopt en wordt de antistolling
geregeld met heparine of LMWH. De eerste
drie maanden van de zwangerschap dient het
gebruik van antistollingstabletten vermeden
te worden. Na de 14e week kunnen de tabletten
wel gebruikt worden tot enkele weken voor
de bevalling. Het is ook goed mogelijk om
de gehele zwangerschap door te gaan met
de LMWH. Dit dient u goed te overleggen
met uw arts.
Antistollingsmedicijnen worden uitgescheiden
in de borstvoeding. De baby krijgt dan vitamine
K druppels.
Bloeding
Door antistollingsmedicijnen "bloedt
u makkelijker", blauwe plekken zijn
sneller zichtbaar en vrouwen kunnen heviger
menstrueren. Dit is een bijwerking van antistollingsmiddelen.
Indien dit vaak voorkomt of ernstig is,
kan dit betekenen dat de INR te hoog is.
Daarom is extra controle nodig en kunnen
er eventueel maatregelen genomen worden.
Overleg met de arts van de trombosedienst
is altijd gewenst.
Aanwijzingen voor bloedingen kunnen b.v.
zijn:
langdurige bloedneus of uitgebreide bloeding
van mondslijmvliezen;
grote blauwe plekken zonder aanwijsbare
reden;
bruine urine of bloed in de urine;
zwarte ontlasting of bloed in de ontlasting;
zicht-, spraak-, gevoelsstoornissen;
verlammingsverschijnselen;
andere onverklaarbare ziekteverschijnselen.
Bij ernstige bloedingen zoals het ophoesten
of braken van bloed, bij een bloeding in
een spier of gewricht en zeker bij een bloeding
in het hoofd of de hersenen is direct ingrijpen
noodzakelijk. Opname in het ziekenhuis kan
nodig zijn om de bloedstolling direct te
normaliseren. Het is in die gevallen zaak
om direct contact op te nemen met de huisarts,
specialist of de arts van de trombosedienst.
Gelukkig zijn deze ernstige bloedingen zeldzaam.
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken
dat de voordelen van antistollingsbehandeling
in geval van trombose groter zijn dan de
nadelen. Het is dus toch goed om antistollingsmiddelen
te gebruiken. Hoe stabieler de antistolling
is, hoe lager de kans op complicaties. Controleer
de INR dus regelmatig.
Bloedingen kunnen optreden als gevolg van
een te hoge INR, maar helaas kunnen bloedingen
ook optreden bij INR-waarden in het streefgebied.
Het is belangrijk om de oorzaak van een
bloeding te vinden. Het kan een uiting zijn
van een andere aandoening b.v. een blaasontsteking
of een maagzweer of een kwaadaardige aandoening.
Antistolling en verwondingen
De meeste vleeswonden met oppervlakkige
beschadigingen bloeden niet ernstig. U kunt
de bloeding stoppen door een pleister of
steriel gaasje op de wond te drukken. Grotere
wonden dienen gehecht te worden. Bij een
slagaderlijke bloeding kan ernstig bloedverlies
optreden. Druk in zo'n geval hard op de
wond en ga direct naar het dichtstbijzijnde
ziekenhuis.
Vakantie en antistolling
Buitenlandse reizen kunnen problemen met
zich meebrengen voor mensen met een antistollingsbehandeling.
Bij eventuele controles in het buitenland
kan de taal een probleem zijn, andere testmethodes
met andere testeenheden. Verandering van
klimaat en een ander leef- en eetpatroon
kunnen de antistollingsbehandeling beïnvloeden.
Informeer uw trombosedienst tijdig over
uw vakantieplannen. Alleen dan kunnen controles
goed worden gepland en is een controle op
uw vakantieadres wellicht te voorkomen.
Laat u enkele dagen voor uw vertrek nog
even controleren. Neem altijd uw doseerkalender
mee voor de juiste gegevens over uw behandeling
en vraag naar een vakantiebrief, indien
mogelijk in de taal van het land van bestemming,
bij de trombosedienst. Zo kan een buitenlandse
arts u helpen bij controles en/of problemen.
In het buitenland beschikt men meestal niet
over het systeem van trombosediensten zoals
in Nederland.
Indien er vaccinaties nodig zijn, dient
u dit tevoren met de arts van de trombosedienst
te bespreken. De meeste injecties kunnen
onderhuids gegeven worden. Voor injecties
in de spier dient de antistollingsbehandeling
tijdelijk lager te worden ingesteld.
De antistollingsmiddelen zijn niet allemaal
beschikbaar in alle landen. Het is verstandig
om voldoende antistollingsmiddelen mee
te nemen.
Het kan voorkomen dat u toch tijdelijk
een ander antistollingsmiddel moet gebruiken,
dan dient de INR zeer frequent te worden
gecontroleerd om de juiste dosis vast
te stellen. Contact met de arts van de
trombosedienst is wenselijk.
Indien u op vakantie gaat in eigen land
kunt u verwezen worden naar een andere
trombosedienst. U krijgt van uw eigen
trombosedienst een formulier mee.
Antistollingstabletten en het gebruik
van andere medicijnen hierbij
Veel medicijnen kunnen de werking van antistollingsmiddelen
beïnvloeden, d.w.z. het effect versterken
of juist tegenwerken. De invloed van deze
medicijnen op de antistolling kan ook van
persoon tot persoon verschillen. Er zijn
echter ook medicijnen die nooit samen met
antistollingsmiddelen gebruikt mogen worden.
Indien u andere medicijnen dient te gebruiken
en deze medicijnen kunnen de werking van
de antistollingstabletten beïnvloeden,
graag meteen contact opnemen met de trombosedienst.
Dit geldt ook als de medicijnen weer stoppen,
dan zal immers het omgekeerd effect optreden.
Koopt u medicijnen zonder recept, informeer
altijd of ze samen met de antistollingsmiddelen
gebruikt kunnen worden. Lees de bijsluiter
zorgvuldig door.
Neem nooit op eigen initiatief andere medicijnen
in. Ook geen "onschuldige" huis-tuin-
en keukenmiddelen (b.v. vitaminepreparaten,
laxeermiddelen en kruidenmiddelen). Indien
u een pijnstiller wil gebruiken of iets
tegen de koorts, neem dan paracetamol. Zeker
geen aspirine of andere pijnstillers gebruiken.
Tussen de apotheken en de trombosedienst
zijn afspraken gemaakt over het melden van
medicijnen die interactie geven met de antistollingsmiddelen.
Beide beschikken over naslagwerken waarin
de medicijnen beschreven staan die elkaar
kunnen beïnvloeden.
Het kan zijn dat u eerder gecontroleerd
dient te worden.
Trombose en anticonceptie
Vrouwen die nog nooit trombose hebben gehad
en de anticonceptiepil gebruiken, lopen
afhankelijk van de pilsoort een vier- tot
achtmaal grotere kans op trombose (16 tot
30 vrouwen op de 100.00 vrouwen per jaar).
De kans op trombose ligt hoger voor vrouwen
die de zogenaamde 3e generatiepil gebruiken
dan voor diegene die de 2e generatiepil
gebruikt.
Indien men de pil wil gaan gebruiken is
het verstandig om, wanneer men reeds andere
risicofactoren voor trombose heeft zoals
stollingsafwijkingen of een medische voorgeschiedenis
met trombose, dit met de huisarts of de
specialist te overleggen. Vrouwen die kort
na het starten van de pil trombose krijgen,
mogen geen pil meer gebruiken gezien dit
verhoogde risico op trombose. Indien men
toch voor de pil kiest, dient gekozen te
worden voor een zogenaamde 2e generatiepil
en niet voor een 3e generatiepil daar bij
deze laatste het risico op trombose verhoogd
is.
Trombose en vliegreizen
In de literatuur zijn de afgelopen jaren
enkel publicaties geweest over het optreden
van trombose in aansluiting aan een vliegreis.
Vliegreizen kunnen in theorie aanleiding
geven tot twee van de drie risicofactoren
voor het ontstaan van trombose, namelijk
belemmering van de bloedstroom en een verhoogde
stolbaarheid van het bloed. Het soms langdurig
stilzitten en een relatief krappe vliegtuigstoel,
kan leiden tot een verminderde afvoer van
het aderlijke bloed (veneuze bloedstroom)
in de benen. Een gevolg van de langdurige
samendrukking van de ader in de knie. Zowel
het lage zuurstofgehalte in de lucht -als
gevolg van de lage luchtdruk- als de lage
luchtvochtigheid en een beperkte vochtinname
in de vliegtuigcabine kunnen bijdragen aan
een verhoogde stolbaarheid van het bloed.
Direct bewijs voor het ontstaan van trombosevorming
tijdens omstandigheden zoals die zich voordoen
ontbreekt.
Preventieve maatregelen bij lange
vliegreizen:
meer bewegen aan boord
zo veel mogelijk, liefst water,
drinken. Vermijdt alcohol.
Goed bewegen van de benen
Niet te strakke kleding aan,
evt. schoenen uit
Evt. medicamenteuze preventie met LMWH
(momenteel enkel op individuele basis voor
patiënten met een duidelijk verhoogd
tromboserisico)
NB. Voor mensen van wie gebleken is dat
ze zeer trombosegevoelig zijn, kan het raadzaam
zijn contact op te nemen met de huisarts.
Echter, meestal gebruiken zij al antistollingstabletten,
waardoor zij minder gevoelig zijn voor trombosevorming.
|