|
Wie maken gebruik van antistollingsremmende
medicijnen?
Mensen met een kunsthartklep
Mensen met bepaalde hartritmestoornissen
Mensen met hart- en vaatproblemen
Mensen met een trombosebeen en/of longembolie
en
Mensen met een verhoogde kans op trombose
U wordt door uw behandelend arts verwezen
naar de trombosedienst omdat u stollingsremmende
medicijnen gebruikt en door dit stollingsmedicijn
wordt uw bloed minder stolbaar gemaakt.
De trombosedienst controleert dit door een
buisje bloed bij u af te nemen.
Hoe
kun je antistollingsmiddelen controleren?
Dit wordt gedaan door de stollingstest van
het bloed. Uit de test komt een waarde welke
wordt uitgedrukt in een zogenaamde INR (International
Normalized Ratio). Ook ziekenhuizen in andere
landen gebruiken deze INR-waarde. Deze geeft
weer hoeveel maal de stollingstijd bij de
cliënt verlengd is ten opzichte van
iemand die geen stollingsmiddelen gebruikt.
Hoe werkt de anti-stolling met behulp
van acenocoumarol, fenprocoumon
(Marcoumar)?
Bijna alle stollingsfactoren worden aangemaakt
in de lever. Bij vier factoren is voor de
aanmaak vitamine K van belang. De tabletten
zorgen ervoor dat door tegenwerking van
Vitamine K minder stollingsfactoren worden
aangemaakt.
Vitamine K kan worden gebruikt ter correctie
van de INR indien deze te hoog is. Ook kan
de vitamine K worden gebruikt om de antistolling
te corrigeren voor een onderzoek of een
operatie. Vitamine K druppels werken pas
na een aantal uren, omdat eerst de stollingsfactoren
weer moeten worden aangemaakt.
Na 4-6 uur zal de INR dalen en na 24 tot
36 uur zal het effect maximaal zijn. Vitamine
K neem je op in het lichaam door het eten
van groenten, melkproducten, maar ook de
normale bacteriën in onze darmen zorgen
voor de aanmaak van vitamine K. De antistollingstabletten
werken vitamine K tegen.
De hoeveelheid vitamine K in het lichaam
is aan schommelingen onderhevig. Een reden
is dat mensen gevarieerd eten (dus verandering
van voedsel). Een andere oorzaak kan zijn
het gebruik van antibiotica. Als de hoeveelheid
vitamine K in het lichaam wisselt, heeft
dit gevolgen voor de mate van anti-stolling.
Dat kan de reden zijn dat men de éne
keer meer tabletjes en de andere keer weer
minder tabletjes dient in te nemen. Derhalve
is een regelmatige controle nodig, omdat
zoals al eerder vermeld, bloed dat te weinig
anti-stold is een verhoogde kans op trombose
geeft en bloed dat teveel anti-stold is
een verhoogde kans op bloeding geeft.
De
volgende medicijnen worden gebruikt voor
anti-stolling (zogenaamde cumarines of cumarinederivaten)
Acenocoumarol, welke
een korte werkingsduur heeft en
Marcoumar of phenprocoumon, welke een
lange werkingsduur heeft.
Warfarine, dit wordt in Nederland bijna
niet gebruikt, wel in andere landen zoals
Engeland en de Verenigde Staten. Cumarines
verschillen in de snelheid waarmee de lever
deze stoffen afbreekt. Daardoor bestaan
er kortwerkende en langwerkende cumarines.
De werking van de 3 soorten cumarines is
hetzelfde want ze leiden allemaal tot een
kunstmatig tekort aan vitamine K.
Het kortwerkende acenoucoumarol verdwijnt snel uit het lichaam. Als
iemand acenocoumarol gebruikt dan is de
volgende dag, voor de volgende dosis wordt
genomen, al weer veel van de acenocoumarol
uit het lichaam verdwenen en neemt het effect
af. Hierdoor bestaat er dus bij gebruik
van acenocoumarol meer kans op schommelingen
van de INR, vooral wanneer een dosis wordt
vergeten of de tijd tussen inname van de
tabletten voor antistolling sterk wisselt.
Dit komt de stabiliteit van de antistollingsbehandeling
niet ten goede.
Phenprocoumon (Marcoumar) heeft een lange
werkingsduur en blijft dus lang in het lichaam.
Daardoor verandert de bloedspiegel vrijwel
niet in de loop van de dag, ook niet als
er per ongeluk een keer een dag wordt vergeten
om de tabletten in te nemen. Een stabiele
antistollingsbehandeling is belangrijk en
de behandelend arts adviseert per persoon
welk soort antistollingsmiddel daartoe het
meest geschikt is. De werking van al de
cumarines kan onder andere vrij snel gestopt
worden door het geven van vitamine K.
|