Wat is trombose?
   
   Wat is bloedstolling?
   
   Over antistollingsmiddelen
 
   Gebruik antistollingsmiddelen
 
   Leven met antistollingsmiddelen
 
   Trombose en erfelijkheid
 
   Indicaties
   
   Zelfmeetapparatuur
   
   Belangrijke informatie en adviezen
   

 

 

 

 
 
Bloedstolling
Bloedstolling is een systeem met twee doelen. Indien het bloed buiten het lichaam komt (bv. wondjes), dan moet het stollen. Zolang het bloed in de bloedvaten zit moet het vloeibaar blijven en vooral niet stollen. Bloed is een vitaal bestanddeel van het lichaam en vervoert zuurstof, voeding- en afvalstoffen door het lichaam naar de weefsels. Bloed stolt onder bepaalde omstandigheden om wondjes binnen en buiten het lichaam te sluiten. Bloedplaatjes en stollingseiwitten spelen daarbij een belangrijke rol. De stollingsfactoren vormen een onderdeel van het stollingssysteem. Daarnaast beschikt het lichaam over een antistollingssysteem dat ervoor zorgt dat de stolling in de hand wordt gehouden door stolsels op te lossen of stollingsfactoren af te breken. De bloedstolling is dus een verdedigingsmechanisme van het lichaam.

Bloedstolsel

Bij sommige ziekten schiet dit verdedigingsmechanisme door. Dit is het geval als het bloed stolt in het lichaam zonder dat er sprake is van een verwonding. Een dergelijk bloedstolsel noemen we "trombus" en de ziekte noemen we trombose. Een bloedstolsel kan in feite overal in het lichaam gevormd worden, zoals in de kamers van het hart, in slagaders of in aders. Allerlei oorzaken kunnen leiden tot vorming van een aan de vaatwand vastzittend bloedstolsel. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door afwijkingen van de vaatwand zoals bij aderverkalking (atherosclerose), afwijkingen van het stollingssysteem of veranderingen in de stroomrichting van het bloed (bij hartritmestoornissen en langdurige bedrust). Ook als het bloed in contact komt met vreemd materiaal, zoals bij een kunsthartklep, ontstaat er een verhoogde kans op de vorming van bloedstolsels.

Hou je dan je hele leven dat stolsel of kan het oplossen door bv. medicatie?
Nee. Wanneer een trombose optreedt zorgen medicijnen ervoor dat het stolsel niet verder aangroeit. Het opruimen van trombose doet het lichaam voor het grootste gedeelte zelf, maar dat duurt enige tijd.


Embolie
De bloedstolsels kunnen losraken van de vaatwand en worden dan door het stromende bloed meegevoerd tot ze vastlopen in een kleiner bloedvat en dit afsluiten. Zo'n meegevoerd bloedstolsel wordt een embolie genoemd. Een embolie kan de bloedtoevoer naar organen en weefsels afsluiten en kan leiden tot ernstige schade. In de hersenen veroorzaakt een embolie bijvoorbeeld een beroerte (herseninfarct), in de longen een longembolie en in het hart een hartinfarct.
Om een stolsel of een embolie te voorkomen krijgen mensen medicijnen. Deze medicijnen verminderen de mogelijkheden van het bloed om te stollen. Het is de taak van de trombosedienst ervoor te zorgen dat het antistollende effect in uw bloed niet te groot is (risico op bloedingen), maar ook niet te klein (risico op trombose). Voorwaarde is wel dat u de adviezen van de trombosedienst nauwkeurig opvolgt.
 
 
   Trombosedienst Friesland Noord Borniastraat 34, Leeuwarden Telefoon (058) 286 79 30 Fax (058) 286 79 25